1.4 Verzamel alle informatie

Voordat u overgaat tot de waardering van het erfgoed of het plannen van een herbestemming moet u nagaan welke objecten een bijzonder statuut hebben. Objecten in beschermde monumenten, ‘gewijde’ voorwerpen, voorwerpen van bijzondere devotie en topstukken kunnen niet zomaar vervreemd of verplaatst worden. Ze worden bij voorkeur bewaard in de context waar ze thuishoren. Daarom moet die mogelijkheid altijd grondig onderzocht worden.

Ook over andere objecten kunt u soms niet zomaar beslissen, bijvoorbeeld omdat derden er rechten op hebben. Hieronder vindt u meer uitleg over mogelijke bijzondere statuten.

Kerkelijke richtlijnen

Naargelang de functionele bestemming van bepaalde goederen bestaan er aparte voorschriften voor liturgische voorwerpen, voorwerpen van verering en het cultureel patrimonium in het algemeen.

Kerkelijk cultureel patrimonium

De kerkelijke overheid dient erover te waken dat de kerkelijke bestemming van het cultureel patrimonium niet verloren gaat. Het patrimonium moet goed worden beheerd en geconserveerd, en de voorwerpen mogen niet worden vervreemd.

Concreet: er moet bij herbestemmingen met de grootste zorg worden gehandeld. De hele inventaris kan men immers beschouwen als deel uitmakend van het kerkelijk cultureel patrimonium. Het bisdom houdt via de notulen van de kerkfabriek toezicht op de bestemmingen, of rechtstreeks via een vertegenwoordiging in het projectteam.

Voorwerpen voor de liturgie en de sacramenten

Het canoniek recht beschermt de liturgische bestemming van onder meer het vaatwerk dat bij de eucharistie wordt gebruikt, de voorwerpen die bij andere sacramenten worden gebruikt en de gewaden die bij de liturgie worden gedragen. Ze dienen hun bestemming voor de eredienst te behouden en met het oog daarop te worden beheerd en geconserveerd. Daarvoor moeten er passende voorzieningen en veiligheidsmaatregelen zijn.

Ook voorwerpen die niet meer gebruikt worden, verliezen hun liturgische bestemming niet zomaar. Ze moeten dan ook met eerbied voor de liturgische bestemming behandeld worden. Ze kunnen bijvoorbeeld wel in musea bewaard worden.

Inhoudstafel

Voorwerpen van religieuze verering

Voorwerpen en afbeeldingen van heilige personen die een bijzondere religieuze verering genieten, moeten voor hun kerkelijk-devotionele bestemming behouden blijven. Het is in dit verband niet eenvoudig om te definiëren wat ‘een grote devotionele waarde’ precies is. Het waarderingsproces (STAP 3) is daarin heel belangrijk. Dat proces maakt het mogelijk een beeld te krijgen van de waarde. In dit geval is dat de sociale waarde.

Tot die voorwerpen behoren onder meer relieken. Relieken die een grote verering genieten moeten voor devotie behouden blijven. Ze mogen dan ook niet permanent worden verplaatst of worden vervreemd zonder toestemming van de Heilige Stoel. Die toestemming is overigens gedelegeerd naar het bisdom. De verkoop van relieken is ten strengste verboden. Wat de bewaring betreft van een reliekhouder zonder reliek, vraagt u het best raad aan het bisdom.

Ook afbeeldingen van heiligen, in de vorm van schilderijen of beelden, kunnen worden vereerd. Denk aan iconen of beelden waarvoor men kaarsen brandt. Het gaat om een sociale waarde, die ook beoordeeld wordt in het waarderingsproces (zie STAP 3). Ze genieten dezelfde bescherming als relieken met een grote verering. Ook votiefgeschenken of ex voto’s behoren tot de voorwerpen van religieuze verering.

AANRADER

Vraag over zulke voorwerpen steeds advies aan het bisdom.

Voorbeeld uit de praktijk

Voorwerpen van religieuze verering in Hoogstraten en Bornem

© Heilig Bloedstichting Hoogstraten

Wettelijk kader

Eredienstendecreet

Het decreet op de erediensten belast de kerkfabriek met het beheer van de goederen die haar toebehoren of bestemd zijn voor de uitoefening van de eredienst in de parochie. Daartoe behoort ook het roerend erfgoed in de kerk, ongeacht het eigendomsrecht. De kerkfabriek moet van die goederen een inventaris opmaken en bijhouden. Het kerkbestuur neemt daarvan akte en neemt de inventaris op in de notulen.

Bij het samenvoegen van parochies, waarbij een kerk wordt opgeheven, worden al haar roerende goederen overgedragen aan de kerkfabriek van de te behouden kerk, in de staat waarin ze zich bevinden. Die ‘fusiekerk’ neemt ook alle rechten en plichten over. Dat gebeurt op de datum van de erkenning van de samenvoeging.

De gemeenten en het agentschap Binnenlands Bestuur (via de gouverneur) oefenen algemeen toezicht uit op de werking van de kerkfabriek en het beheer van de goederen: de notulen gaan naar deze overheden, die 30 dagen de tijd hebben om beslissingen te herroepen.
Contactgegevens overheden en overheidsdiensten

Openbaar domein

Een openbaar bestuur, in dit geval een kerkfabriek, kan bepalen of de voorwerpen waarvan ze eigenaar is openbaar domein zijn, door ze op een lijst te zetten. Op de inventaris duidt de kerkfabriek dan aan welke voorwerpen tot het openbaar domein behoren en welke tot het privaat domein.

Tot het openbaar domein horen in principe goederen die nodig zijn voor de uitoefening van openbare dienstverlening, in casu de liturgie. Die voorwerpen zijn onvervreemdbaar en blijven buiten de handel. Een eventuele vervreemding is onverjaarbaar. Dat alles geldt voor zover de kerkfabriek aan de voorwerpen geen ander statuut toekent. In principe zijn deze voorwerpen ook niet vatbaar voor beslag, maar daarop kan men uitzonderingen maken, bv. omdat objecten niet meer bestemd zijn tot gebruik van allen of voor de eredienst.

Wat een kerkfabriek niet beschouwt als openbaar domein, mag ze afstoten. Uiteraard blijft wel alle andere wet- en regelgeving gelden!

Beschermde monumenten

Als een gebouw geheel of gedeeltelijk beschermd is als monument, zijn er ook gevolgen voor het roerend erfgoed dat zich in het gebouw bevindt. Een bescherming van het gebouw omvat namelijk volgens het onroerenderfgoeddecreet van 2013 naast de goederen onroerend uit aard ook de ‘cultuurgoederen, die er integrerend deel van uitmaken, inzonderheid de bijhorende uitrusting en de decoratieve elementen van algemeen belang wegens de erfgoedwaarden’.

Wat is mee beschermd?
Volgens het decreet maken de goederen die onroerend zijn door hun aard of omdat ze blijvend verbonden zijn met het onroerend goed onlosmakelijk deel uit van het beschermd onroerend goed.

Daarnaast kunnen ook cultuurgoederen mee beschermd worden. In het onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 wordt een cultuurgoed gedefinieerd als “roerende goederen, die omwille van hun erfgoedwaarde van algemeen belang zijn, waarvan het samen voorkomen met het gebouw een bijzondere waarde heeft en die ofwel ontworpen zijn voor of vervaardigd met het beschermd goed ofwel gerelateerd zijn aan de functie van het beschermd goed en waarvoor historische verbondenheid met het beschermd goed kan aangetoond worden.

Voor beschermde cultuurgoederen geldt dat ze niet zonder toelating van het agentschap Onroerend Erfgoed uit het monument mogen verplaatst worden en dat ze principieel in situ bewaard moeten worden. Wel kan er om bepaalde redenen toelating gegeven worden om de cultuurgoederen tijdelijk uit het monument te halen. Dat moet in elk geval tijdig aangevraagd worden.

Voor nieuwe beschermingen geldt bovendien dat de cultuurgoederen expliciet opgenomen moeten zijn in een lijst als bijlage bij het beschermingsbesluit. Voor oude beschermingsbesluiten, waar een expliciete vermelding geen voorwaarde was, geldt dat die besluiten hun rechtskracht behouden, en dat cultuurgoederen die op basis van de toen geldende wetgeving mee beschermd waren, dat ook blijven. Het gaat om de roerende goederen die onroerend zijn door bestemming (beschermingen van vóór 1998) en de roerende goederen die integrerend deel uitmaken van het monument, omdat er een werkelijke band bestaat tussen een roerend goed en het monument (beschermingen van na de wijziging van het monumentendecreet in 1998).

Het nieuwe decreet schrijft voor dat er in sommige gevallen voor het verkrijgen van premies een beheersplan opgesteld moet worden (o.m. wanneer er cultuurgoederen betrokken zijn die niet zijn opgenomen in het beschermingsbesluit). Dit beheersplan kan ook niet-beschermde onderdelen bevatten, maar daarvoor worden geen premies verleend. Ze louter opnemen in een beheersplan maakt vaan roerende goederen nog geen beschermde cultuurgoederen.

Er moet voor elke actie of ingreep hoe dan ook toelating gegeven worden door het agentschap Onroerend Erfgoed.

Meer weten?

De richtlijn cultuurgoederen en de invulfiche analyse cultuurgoederen vindt u op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed.

AANRADER

  1. Informatie over kerkgebouwen vindt u op inventaris.onroerenderfgoed.be.
  2. Beschermingsbesluiten vindt u in de databank beschermingen.onroerenderfoed.be of via geo.onroerenderfgoed.be.
  3. De oude beschermingsbesluiten behouden rechtskracht onder het nieuwe decreet. Mee beschermde roerende goederen blijven beschermd.
  4. Het agentschap Onroerend Erfgoed heeft een toezichthoudende rol. Voor beschermde cultuurgoederen zijn er toelatingsplichtige handelingen. Dat brengt rechten en plichten met zich mee, zoals alles doen om ze in goede staat te behouden en geen handelingen stellen die de erfgoedwaarde(n) aantasten. De toelatingsplichtige werken staan vermeld in het onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014; zie artikel 6.2.8 voor specifieke toelatingen voor het interieur van beschermde monumenten en voor de cultuurgoederen die er deel van uitmaken. Werkzaamheden en andere ingrepen zijn enkel mogelijk na toelating van het agentschap Onroerend Erfgoed of de onroerenderfgoedgemeente.

Topstukken

In 30 Vlaamse kerken en kathedralen bevinden zich kunstwerken die zijn beschermd door het zogenaamde topstukkendecreet. Die objecten genieten een apart statuut.

Het Topstukkendecreet beschermt belangrijk roerend cultureel erfgoed: wegens zijn bijzondere archeologische, historische, cultuurhistorische, artistieke of wetenschappelijke betekenis voor de Vlaamse Gemeenschap moet het in Vlaanderen bewaard blijven. Voor die topstukken gelden beschermingsmaatregelen. Als er zich in uw kerk een topstuk bevindt, bent u daarvan op de hoogte gebracht.

AANRADER

  1. Consulteer eventueel de topstukkenlijst. Alle andere info op www.kunstenenerfgoed.be/nl/wat-doen-we/topstukken.
  2. Neem contact op met het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, afdeling Cultureel Erfgoed. Contactgegevens

Eigendomssituatie en rechten

Het is van belang zorgvuldig de herkomst te onderzoeken van voorwerpen die in aanmerking komen voor herbestemming of afstoting. Zo kunt u vaststellen welke partijen hun toestemming of machtiging moeten verlenen. Hou er rekening mee dat er mogelijk afspraken zijn met schenkers.

Eigendom

Bij herbestemmen en afstoten is de eigendomsvraag cruciaal. De juridische eigendom verschilt per kerk. Is uw kerkbestuur eigenaar van de voorwerpen? Dan bent u in beginsel als kerkfabriek bevoegd om ze te herbestemmen of af te stoten. Daarvoor is vaak een machtiging nodig van kerkelijke instanties die toezien op het beheer van roerend religieus erfgoed (zie kerkelijke richtlijnen). Uiteraard blijven de beperkingen door reglementeringen gelden.

De kerkfabriek is steeds de beheerder van de roerende goederen en mag erover beslissen, ongeacht of het gemeentebestuur eigenaar is van het gebouw. De nagelvaste interieurelementen horen bij het gebouw. Daarover heeft de Gemeente beslissingsrecht als ze eigenaar is.

Opgelet: in kerken bevinden zich vaak objecten die eigendom zijn van derden, zoals broederschappen of andere verenigingen. Vlaggen en vaandels zijn bekende voorbeelden. Het is zinvol ze mee te waarderen, omdat ze bij de geschiedenis van de parochie of kerk horen. Leg wel de eigendom vast van objecten die onomstotelijk aan derden toebehoren.

Bruikleen

Voorwerpen die in bruikleen zijn verkregen, komen niet in aanmerking voor herbestemming of afstoting. Geef ze daarom terug aan de bruikleengever, zijn erfgenamen of rechtsopvolgers. In principe staan die objecten niet in de inventaris.

Schenking

Geschonken voorwerpen kunt u herbestemmen of afstoten, tenzij er aan de schenking voorwaarden zijn verbonden. Ook morele overwegingen kunnen een aanleiding zijn om voorzichtig om te gaan met de afstoting van schenkingen. Als u een voorwerp herbestemt of afstoot, is het verstandig de schenker of zijn erfgenamen van uw voornemen op de hoogte te brengen.

Erfstellingen en legaten

Voorwerpen uit een legaat of erfstelling hebt u ‘zonder uitdrukkelijke aanvaarding’ verkregen. Een legaat verschilt juridisch van een schenking, omdat er geen sprake is van een overeenkomst. Maar net als bij een schenking kunnen er voorwaarden aan verbonden zijn. Neem daarom bij herbestemming of afstoting altijd contact op met de erven. Ga steeds na of er voorwaarden beschreven zijn.

Subsidies

Zijn de geselecteerde voorwerpen met subsidies verworven of gerestaureerd? Dan kunnen daaraan voorwaarden zijn verbonden. Vaak moet u toestemming vragen om ze te herbestemmen of af te stoten. Als u dat nalaat, kan de subsidie worden teruggevorderd. In de reglementen is vaak bepaald dat de eigendomssituatie gedurende een bepaalde periode niet mag wijzigen. Bijvoorbeeld subsidies voor conservatiebehandelingen van objecten vanwege de Provincie, erfgoedcellen, Onroerend Erfgoed...